Kabinet zet crisiswetgeving in om netcongestie sneller aan te pakken

Wouter Hoefnagel
Wouter Hoefnagel
15 september 2026
4 min

Het kabinet wil de uitbreiding en benutting van het elektriciteitsnet versnellen met een pakket aan crisiswetgeving. Het zet onder meer in op het verkorten van procedures voor nieuwe elektriciteitsinfrastructuur, beter benutten van bestaande netcapaciteit en mogelijk een afzonderlijk versnellingsregime voor urgente projecten. Zo moet meer ruimte ontstaan voor bedrijven, woningbouw en verduurzaming.

Dit is door staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei aangekondigd in een Kamerbrief. De maatregelen zijn onderdeel van de uitwerking van de in het coalitieakkoord aangekondigde crisiswet netcongestie. In plaats van te wachten op één nieuwe wet die het volledige wetgevingstraject doorloopt, wil het kabinet wijzigingen stapsgewijs doorvoeren. Het nu aangekondigde pakket is volgens de staatssecretaris dan ook het startpunt. Indien nieuwe knelpunten ontstaan wil het kabinet de komende jaren aanvullende maatregelen nemen.

De maatregelen kunnen de druk op de industrie verlichten. Zo zijn industriepartijen voor uitbreiding, elektrificatie en verduurzaming afhankelijk van voldoende transportcapaciteit. Tegelijkertijd vraagt de verduurzaming van de industrie juist om meer elektriciteit.

Kortere procedures voor netuitbreiding

Een belangrijk onderdeel van het pakket is het versnellen van procedures voor nieuwe elektriciteitsprojecten. Voor nieuwe 110- en 150kV-projecten wil het kabinet het bevoegd gezag standaard bij de provincie leggen. Dit moet voorkomen dat tijdens complexe projecten vertraging ontstaat over de vraag welke overheid verantwoordelijk is. De maatregel, die in juli 2027 in werking moet treden, kan volgens de Kamerbrief trajecten met enkele maanden tot maximaal twee jaar versnellen.

Ook de bouw en uitbreiding van hoog- en middenspanningsstations moet eenvoudiger worden. Voor nieuwe stations wil het kabinet de technische bouwactiviteitvergunning vrijstellen. Voor uitbreidingen van besetaande stations wordt daarnaast gekeken naar het schrappen van ruimtelijke vergunningen wanneer de uitbreiding planologisch al is toegestaan. Het kabinet verwacht dat tientallen projecten per jaar hierdoor enkele maanden tot anderhalf jaar sneller kunnen worden gerealiseerd.

Minder regels voor ondergrondse hoogspanningskabels

Voor ondergrondse hoogspanningskabels wil het kabinet bovendien een streep zetten door de nationale mer-beoordelingsplicht. Dit is een wettelijke verplichting om grote nadelige gevolgen voor het milieu in kaart te brengen. De Europese regelgeving schrijft een dergelijke beoordeling volgens de Kamerbrief echter niet voor bij ondergrondse kabels. Het schrappen van de verplichting zou zes weken tot drie maanden voorbereidingstijd kunnen besparen, berekent de staatssecretaris.

Ook beroepsprocedures worden versneld. Vanaf 1 oktober 2026 gaan beroepen tegen elektriciteitsprojecten vanaf 21 kV rechtstreeks naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de rechtbank wordt overgeslagen. Een pro-formaberoepschrift is dan niet langer mogelijk en er komt een maximale termijn voor de uitspraak. Het kabinet verwacht dat deze procedurele wijzigingen de doorlooptijd in sommige gevallen met maximaal anderhalf jaar kunnen verkorten.

Meer ruimte voor urgente projecten

Naast generieke versnellingen werkt het kabinet aan een speciaal regime voor een beperkte groep zeer urgente energieprojecten. Het gaat bijvoorbeeld om hoogspanningsstations die op een strategische plek veel extra netcapaciteit kunnen ontsluiten.

Voor deze projecten wordt onderzocht of wettelijke stappen kunnen worden overgeslagen, termijnen kunnen worden vastgelegd en bezwaar- en beroepsprocedures verder kunnen worden versneld. Ook wordt gekeken naar de verhouding tussen milieueisen en de urgentie van individuele projecten.

Voor de selectie van deze projecten worden vastgestelde criteria gehanteerd. Het kabinet wil over deze criteria nog dit najaar meer duidelijkheid geven.

Meer aandacht voor energiesysteem

Het kabinet wil daarnaast energie een integraal onderdeel maken van ruimtelijke besluitvorming. Zo moet bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen eerder worden gekeken naar de gevolgen voor het energiesysteem en de benodigde infrastructuur. Ook wil het kabinet structurele afstemming tussen provincies en netbeheerders over toekomstige infrastructuur, ruimteclaims en mogelijke knelpunten.

Het voorstel voor deze zogenoemde energietoets moet rond de jaarwisseling in consultatie gaan, meldt de staatssecretaris. Voor bedrijven kan dit op termijn betekenen dat de beschikbaarheid van elektriciteitsinfrastructuur nadrukkelijker meeweegt bij beslissingen over nieuwe bedrijfslocaties en uitbreidingen.

Net slimmer gebruiken

Het kabinet zet daarnaast in op het beter benutten van de bestaande infrastructuur. Netcongestie betekent volgens de Kamerbrief niet dat het elektriciteitsnet op ieder moment en iedere locatie volledig wordt benut. Door elektriciteitsgebruik te verschuiven naar momenten waarop meer capaciteit beschikbaar is, kan ruimte ontstaan zonder dat direct nieuwe infrastructuur nodig is.

Flexibiliteit krijgt daarom een prominentere plaats. Het kabinet wil wettelijke belemmeringen voor flexibele transportcapaciteit wegnemen en onderzoekt of grote elektriciteitsverbruikers periodiek een flexscan moeten uitvoeren. Ook wordt gekeken naar het onder voorwaarden benutten van een deel van de storingsreserve van het net. Daarbij wordt expliciet rekening gehouden met de mogelijke gevolgen voor leveringszekerheid en storingsrisico’s.

Voor bedrijven is daarnaast beter inzicht in beschikbare netcapaciteit, wachtrijen en mogelijkheden voor flexibel gebruik van belang. Het kabinet onderzoekt daarom of aanvullende wettelijke maatregelen nodig zijn om informatievoorziening en gegevensuitwisseling te verbeteren.

CO₂-infrastructuur

Voor de industrie is de beschikbaarheid van netcapaciteit een belangrijke randvoorwaarde voor verdere elektrificatie en uitbreiding. Het kabinet werkt daarom ook aan maatregelen rond CO₂-infrastructuur. Zo moet het eenvoudiger worden om voor de aanleg van strategische CO₂-leidingen al tijdens de ontwerpfase grond te betreden voor het maken van een ontwerp. Voor grote leidingen die meerdere provincies doorkruisen, wil het Rijk bovendien zelf bevoegd worden voor bepaalde omgevingsvergunningen. Deze maatregelen moeten in 2027 in werking treden.

De meeste maatregelen zijn nog in voorbereiding, consultatie of onderzoek. Voor een deel van de wetgevingswijzigingen wil het kabinet de consultatie in de eerste helft van 2027 starten, met als doel om deze in 2028 in werking te laten treden. Voor het einde van 2026 moet een uitgewerkte planning naar de Tweede Kamer gaan.

Wouter Hoefnagel

Wouter Hoeffnagel is een freelance journalist en tekstschrijver, met interesse op het gebied van zowel industrie, IT als het kruisvlak tussen deze onderwerpen. Over deze onderwerpen schrijft hij een breed scala aan teksten, variërend van achtergrondartikelen, interviews en nieuwsberichten tot blogposts, whitepapers, case studies en websiteteksten.