Het nieuwe Albatross-team van de TU Delft start in de zogeheten Dream Hall met de ontwikkeling van een elektrisch, autonoom vliegtuig. Het vliegtuig, dat ruimte biedt aan twee inzittenden, moet verticaal kunnen opstijgen en landen. Dit maakt het onder meer mogelijk vanaf een reguliere parkeerplaats te vertrekken. Zo willen de studenten een alternatief bieden voor autoritten en regionale treinreizen, zonder dat reizigers een vliegbrevet nodig hebben of een piloot hoeven in te huren.
De Delft Dream Hall is een faciliteit van de Technische Universiteit Delft waar studententeams, ook wel Dream Teams genoemd, werken aan innovatieve projecten. Deze teams zijn in veel gevallen samengesteld uit studenten van verschillende studierichtingen. Zij richten zich op zowel technologische als maatschappelijke vraagstukken. De Dream Hall biedt de ruimte, middelen en begeleiding voor het ontwikkelen van hun ideeën en het omzetten hiervan in praktische toepassingen.
‘Droom om zelf te vliegen dichterbij halen’
“Iedereen heeft de droom om zelf te kunnen vliegen, die willen wij dichterbij halen”, zegt technisch manager Noam Hendriks. Teammanager Philip Benschop wijst op kansen die het vliegtuig kan bieden voor Europa. Hij benadrukt daarbij dat regelgeving en certificering nog niet zijn ingericht op autonome luchtvaart, zeker niet vanaf reguliere parkeerplaatsen.
“We weten dat je niet zomaar kunt vliegen zonder brevet, dat certificering van autonome vliegtuigen tijd kost en dat het mobiliteitssysteem er nog niet klaar voor is. Maar stap één is aantonen dat het technisch en veilig kan. Daarna kun je regelgeving aanpassen. Eerst gebruik je het toestel vanaf luchthavens, daarna autonoom met toezicht van een piloot, en zo ontstaat een pad naar volledig autonoom vervoer”, legt Benschop uit.
Hij wijst ook op de bredere impact. Zo betekent minder verkeer op de weg ook minder behoefte aan nieuwe wegen, bruggen en viaducten en dus minder verstoring van ecosystemen.
‘Minder complex dan autonoom rijden’
Hendriks ziet technisch interessante kansen. “Autonoom vliegen is minder complex dan autonoom rijden, omdat er geen fietsers of voetgangers zijn en omdat er veel meer ruimte is. Grote commerciële vliegtuigen kunnen nu al bijna alles autonoom en de piloot houdt vooral toezicht.”
Ook het energieverbruik is gunstig: per kilometer gebruikt het autonome vliegtuig ongeveer evenveel energie als een elektrische auto. Met de huidige batterijtechnologie heeft het team een tweezitter gemodelleerd met een bereik van ongeveer 175 kilometer. Daarmee kan een reis van Amsterdam naar Brussel in vijftig minuten worden uitgevoerd, wat ruim twee keer zo snel is als met de hogesnelheidstrein.
Blended wing body
Het ontwerp is een zogeheten ‘blended wing body’. Daarbij is de cockpit geïntegreerd in één grote vleugel. Vier propellers zorgen voor lift in horizontale vlucht en kunnen negentig graden draaien om verticaal te kunnen opstijgen en landen. Het team ontwikkelde al een 3D-geprint schaalmodel met werkende componenten. Volgend jaar start de ontwikkeling van een prototype op 40 procent schaal met een spanwijdte van 2,6 meter. Over drie jaar wil het team een eenpersoonsversie laten vliegen. Dit model moet vervolgens worden doorontwikkeld tot een tweezitter op ware grootte.