maart 2022 - Jaarbeurs
Het event voor slimme maakoplossingen

Pale Blue werkt aan water-gebaseerde aandrijving voor satellieten

Het Japanse Pale Blue is door het Japanse onderzoeksorgaan New Energy and Industrial Technology Development (NEDO) geselecteerd voor het SBIR Promotion Program voor het fiscale jaar 2022. Pale Blue werkt binnen het programma aan de doorontwikkeling van zijn waterdamp-gebaseerde aandrijving voor gebruik in kleine satellieten die onderdeel uit maken van grote satellietconstellaties.

Pale Blue is een spin-out van de Universiteit van Tokio. Het bedrijf richt zich op de ontwikkeling van waterdamp-gebaseerde voorstuwingssystemen voor satellieten. Het baseert zich hierbij op onderzoek van zowel de Universiteit van Tokio als de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA.

SBIR staat voor Small Business Innovation Research en is een programma dat R&D-gerichte startups die bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen en het promoten van zowel creatie als innovatie. Het SBIR Promotion Program van NEDO is onderdeel van het Japanse SBIR System, een initiatief van de Japanse overheid dat meerdere ministeries en overheidsinstanties beslaat.

Vraag naar satellietconstellaties groeit snel

De vraag naar satellietconstellaties groeit snel. Onder meer door de opkomst van het gebruik van satellietdiensten voor observatiedoeleinden en het realiseren van optische communicatie met een hoge bandbreedte. Tot nu toe was er echter geen veilige en relatief goedkope voortstuwing met voldoende stuwkracht beschikbaar voor kleine satellieten, meldt Pale Blue.

De Japanse startup werkt daarom aan een nieuw soort aandrijving voor satellieten, op basis van waterdamp. De technologie omvat een ionenbron, neutralisator, stroomvoorziening met hoog voltage en een innovatief thermisch ontwerp. Deze combinatie leidt tot een goedkope ionenmotor die waterdamp gebruikt als brandstof, veilig is, eenvoudig bedienbaar is en geschikt is voor satellieten met een gewicht tot 100kg, meldt Pale Blue.

Niet nieuw

De voortstuwingstechnologie is al langer in ontwikkeling. Zo lanceerde NASA met behulp van zijn Space Launch System (SLS) in november vorig jaar de EQUULEUS van JAXA en de Universiteit van Tokio. EQUULEUS is een nano-verkenningsruimtevaartuig dat inmiddels met succes zijn eerste manoeuvre heeft uitgebracht met zijn waterdampaandrijving.

Deze voorstuwing is ontwikkeld door Koizumi Laboratory at the University of Tokyo onder leiding van Jun Asakawa, die later samen met Hiroyuki Koizumi (CTO), Kazuya Yaginuma en Yuichi Nakagawa Pale Blue oprichtte. De startup spreekt van ”s werelds eerste succesvolle baanmanoeuvre buiten de lage baan om de aarde waarbij waterdamp als brandstof is gebruikt’.

Op weg naar EML2

De EQUULEUS gebruikt het aandrijfsysteem om in de juiste baan terecht te komen, kleine correcties uit te voeren aan zijn koers en – zodra het langs de maan is gevlogen – hoogtebepaling. Het voertuig is inmiddels met succes op weg naar het Earth-Moon Lagrangian point 2 (EML2), een reis die naar verwachting zo’n anderhalf jaar in beslag neemt.

“Het is een geweldige mijlpaal voor Pale Blue dat het waterdampaandrijving voor de eerste keer wereldwijd succesvol in de ruimte heeft gewerkt en buiten een lage baan om de aarde zijn baan in de ruimte heeft bepaald”, aldus Jun Asakawa, CEO en medeoprichter van Pale Blue. “We blijven werken aan de sociale implementatie van de waterdampaandrijving en het creëren mobiliteitsmogelijkheden die essentieel zijn voor de ruimtevaartindustrie.”

Vier aandrijvingen

Pale Blue ontwikkelt de waterdampaandrijving die de EQUULEUS gebruikt door. Het bedrijf levert vier water-gebaseerde aandrijvingen:

  • De ResistoJet Thruster Mini (1.0mN stuwkracht, een vermogen van 9 watt en compact afmetingen van 9 bij 9,5 bij 5cm)
  • De ResistoJet Thruster (1,0mN stuwkracht, een vermogen van 20 watt en afmetingen van 9 bij 9,5 bij 10,5cm)
  • Hybrid Thruster (4,0mN/150μN, een vermogen van 40 watt en afmetingen van 9 bij 12 bij 16cm)
  • Ion Thruster (170μN stuwkracht, een vermogen van 40 watt en afmetingen van 10 bij 10 bij 10cm)

Pale Blue maakte begin dit jaar ook bekend een waterdampaandrijving te leveren voor een nanosatelliet van Sony. Deze satelliet maakt onderdeel uit van het STAR SPHERE Project van Sony. Dit project is gericht op het veranderen van het perspectief dat mensen op de ruimte hebben, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor technologie. Het project is bedoeld om kansen te creëren voor mensen door hun gedachtes over de wereldwijde omgeving en sociale problemen te voeden door het observeren van de aarde vanuit de ruimte.

Meer informatie is hier beschikbaar.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Afbeelding: PIRO via Pixabay

Universiteit Twente en de Nederlandse Defensie Academie breiden onderzoek naar smart maintenance uit

Universiteit Twente en de Nederlandse Defensie Academie breiden hun gezamenlijk onderzoek naar smart maintenance uit. Deze slimme vorm van onderhoud op basis van voorspellingen maakt een drastische verlaging van de onderzoekskosten en betrouwbare systemen mogelijk.

Onderhoud aan schepen voorspellen is complex

Schepen bestaan uit een groot aantal verschillende onderdelen en deelsystemen, die allen kapot kunnen gaan. Dit maakt het doen van goede voorspellingen rondom onderhoud van schepen complex. Indien onderhoudsvoorspellingen gemaakt moeten worden voor een hele vloot, is dit al helemaal complex. In de praktijk gebeuren onderhoudskeuzes op dit moment dan ook vooral aan de hand van ervaring of op basis van vaste intervallen.

Dit sluit niet goed aan op smart maintenance, dat onderhoud minimaliseert met behulp van een slimme aanpak en voorspellingen omtrent onderhoudsbehoeften. De partijen willen variabel gebruik, wisselende situaties en degradatie van systemen vastleggen in wiskundige modellen. Deze modellen combineren de Universiteit Twente en de Nederlandse Defensie Academie met kunstmatige intelligentie en IT-systemen voor het verzamelen en delen van data. Zo geven de modellen meer grip op het onderhoud van schepen en vloten.

Vijf projecten

De partijen voeren al langer onderzoek uit naar smart maintenance en breiden hun activiteiten op dit vlak uit. Op de planning staan een vijftal onderzoeksprojecten:

  • European Digital Naval Foundation (EDINAF): gericht op het creëren van een gezamenlijk operationele cloud voor de marine.
  • digital ship sTructural Health mOnitoRing (dTHOR): gericht op de ontwikkeling van de volgende generatie voorspellende systemen op basis van geavanceerde sensoren, een digitaal raamwerk met erkende open standaarden voor data-uitwisseling en datagedreven modellen.
  • AmmoniaDrive: gericht op de ontwikkeling van een energie-efficiënte, schone, betaalbare en veilige aandrijving gebaseerd op ammoniak.
  • Ship Life Cycle Management (SILICA): gericht op het beheer van de levenscyclus van schepen.
  • DTP Data-Driven Smart Maintenance: gericht op data-gebaseerde smart maintenance.

Corrosie

De projecten zijn gericht op verschillende factoren die een rol spelen bij smart maintenance. Een daarvan is corrosie, dat gezien wordt als een van de grootste kostenbepalende factoren. De partijen willen met behulp van elektrochemische metingen de mate van corrosieschade van de scheepsromp bewaken en op termijn voorspellen. Een belangrijke uitdaging daarbij is het gebruik van verschillende coatings, die ieder met een andere snelheid verouderen. Het maken van accurate voorspellingen is hierdoor complex.

Daarnaast zijn schepen in veel gevallen zien van innovatieve installaties, warvan nog weinig bekend is over de onderhoudscycli. Een voorbeeld is AmmoniaDrive, waarbij ammoniak als energiebron dient en via brandstofcellen wordt omgezet in elektriciteit. Universiteit Twente en de Nederlandse Defensie Academie onderzoeken hoe lang deze meegaat en op welke manieren het systeem kapot kan gaan. Dit maakt het mogelijk het onderhoud van de systemen hierop af te stemmen.

Gericht op zowel marine als civiele scheepvaart

Prof. dr. ir. Tiedo Tinga, hoogleraar Dynamics Based Maintenance bij de afdeling Mechanics of Solids, Surfaces & Systems van de Universiteit Twente en hoogleraar Life Cycle Management bij de Nederlandse Defensie Academie. licht toe: “We doen al langer onderzoek op dit onderwerp, met toepassing in windturbines, spoor en maakindustrie. De focus in de nieuwe projecten ligt met name op de maritieme sector, zowel op onderhoud bij de marine, als ook bij de civiele scheepsvaart.”

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Foto: Defence-Imagery via Pixabay

Werkmaatschappij van Lightyear is failliet

Atlas Technologies, dat de bouw van de elektrische voertuigen van Lightyear voor rekening nam, is failliet. Curator Reinoud van Oeijen onderzoekt of er een manier is om het Lightyear-concept te continuëren. Ook richt de curator zich op de positie van de werknemers van Atlas Technologies.

Lightyear kondigde in 2016 zijn vlaggenschip Lightyear 0 aan. Het gaat om een volledig elektrisch voertuig, dat op zijn dak is voorzien van zonnepanelen. Met behulp van deze zonnepanelen kan het voertuig opladen tijdens het rijden of op een parkeerplaats, zonder hiervoor op een laadpaal te hoeven zijn aangesloten. Dit vergroot het bereik van het voertuig. De opbrengst van de zonnepanelen is afhankelijk van de locatie waar de Lightyear 0 gebruikt wordt. Op zonnige locaties is het bereik dat het voertuig hiermee genereert groter dan op minder zonnige locaties.

Het prijskaartje van de Lightyear 0 was met 302.500 euro relatief hoog. Hoeveel exemplaren van het voertuig er zijn gekocht is niet bekend. De productie is in november 2022 in Finland van start gegaan. In totaal wilde Lightyear 946 exemplaren van de Lightyear 0 bouwen.

De Lightyear One (bron foto: Lightyear)
De Lightyear One (bron foto: Lightyear)

Uitstel van betaling

Moederbedrijf Lightyear vroeg op 23 januari echter uitstel van betaling aan. Het kondigde toen aan de ontwikkeling van zijn vlaggenschip Lightyear 0 stil te leggen. Het bedrijf wilde zich volledig toeleggen op de ontwikkeling van de Lightyear 2. Dit voertuig is net als zijn grote broer voorzien van zonnepanelen op zijn dak. Met een prijskaartje van minder dan 40.000 euro is dit voertuig echter gericht op een andere doelgroep.

“We steken nu al onze energie in het bouwen van Lightyear 2 om het op tijd beschikbaar te maken voor klanten”, meldde CEO Lex Hoefsloot. Onder meer leasemaatschappij Arval wilde in Lightyear investeren, maakte Lightyear toen bekend.m

Failliet verklaard

Zo ver bleek het echter niet te komen. Een week later – op 27 januari 2023 – is Atlas Technologies BV failliet verklaard. Atlas Technologies is een dochteronderneming van Lightyear en verantwoordelijk voor de productie van de Lightyear One. Bij het bedrijf ruim ruim 620 mensen werkzaam, die hierdoor hun baan kwijt kunnen. Indien het tot een doorstart komt kan een deel van hen mogelijk weer in dienst treden. De curator meldt te gaan beoordelen hoe het concept van Lightyear kan worden voortgezet.

Het intellectueel eigendom van Lightyear zit in het moederbedrijf Lightyear, dat niet failliet is verklaard. Ook de dochter van Lightyear die zich richt op de productie van zonnepanelen is niet getroffen. Bij dit onderdeel zijn zo’n 30 medewerkers in dienst, die hun baan behouden. Lightyear hoopt dan ook de productie van de Lightyear 2 te kunnen voortzetten. Dit model moet vanaf 2024 of 2025 van de productieband rollen.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Foto: Lightyear

Europese subsidie voor project dat afval omzet in groene waterstof

RWE krijgt 108 miljoen euro subsidie uit het innovatiefonds van de Europese Unie voor het project FUREC. Binnen dit project zet RWE restafval om in waterstof.

Het FUREC-project is gericht op de productie van circulaire en groene waterstof uit niet-recyclebaar vast huishoudelijk afval. Het gaat daarbij om afval dat nu nog ter verbranding of stort wordt aangeboden. Het project vindt plaats in Limburg en moet op termijn groene waterstof gaan leveren aan het Limburgse industrieterrein Chemelot in Sittard-Geleen. FUREC staat voor ‘Fuse Reuse Recycle’.

Groene waterstof is waterstof die is gegenereerd met behulp van duurzame energie. Bij de productie van waterstof zet een elektrolyser water om in water en waterstof. Dit proces vraagt om energie. Indien hiervoor duurzame energie is gebruikt spreken we van groene waterstof. Is de gebruikte energie niet duurzaam opgewekt? Dan gaat het om grijze waterstof.

Financiering

Het FUREC-project ontvangt 108 miljoen euro financiering van het Innovatiefonds van de EU. CEO van RWE Generation Roger Miesen nam de financieringsovereenkomst in ontvangst op de Financing Innovative Clean Tech Conference in Brussel, België.

RWE spreekt van een ‘cruciale mijlpaal’ voor de voortgang van het FUREC-project. De uitvoer van het project vraagt om een investering van meer dan 600 miljoen euro. Het Innovatiefonds levert hieraan dan ook een belangrijke bijdragen. Dankzij deze financiering kan RWE naar eigen zeggen ‘in volle vaart door met de verdere ontwikkeling van het project, zoals het verkrijgen van de nodige toestemmingen en vergunningen’.

Tegelijkertijd wil het bedrijf contracten afsluiten met leverancier van installaties, maar ook met potentiële afnemers van waterstof en CO2 evenals bedrijven die afval in geschikte hoeveelheden en kwaliteit leveren. Dit afval is bij voorkeur afkomstig uit Limburg. Het afval wordt per schip of vrachtwagen aangevoerd. RWE beschikt hiervoor over een optie op een aantal hectaren grond, direct gelegen aan de haven. Eenmaal op locatie sorteert, verkleint en verwerkt RWE het afval tot korrels, die ook wel pellets heten.

Van huishoudelijk afval tot waterstof

RWE wil als onderdeel van het FUREC-project een voorbehandelingsinstallatie in het Limburgse Zevenellen. Deze installatie zet niet-recyclebaar vast huishoudelijk afval om in vaste teruggewonnen brandstofpellets. De installatie moet op jaarbasis zo’n 700.000 ton aan huishoudelijk afval verwerken. Ongeveer 50% hiervan moet van biogene oorsprong zijn. Denk daarbij aan textiel en papier.

De grondstofpellets die RWE in Zevenellen creëert worden in een tweede fabriek omgezet in waterstof. Deze fabriek bouwt RWE op het industrieterrein Chemelot in Limburg. De fabriek moet op jaarbasis zo’n 54.000 ton waterstof gaan produceren. Dit komt overeen met de opbrengst van een 700 megawatt offshore windpark met gekoppelde elektrolysers, meldt RWE.

Positieve impact op het milieu

De positieve impact op het milieu is naar verwachting groot. Zo dringt het gebruik van waterstof het aardgasgebruik van bedrijven op industrieterrein Chemelot naar verwachting met meer dan 280 miljoen kubieke meter per jaar terug. Dit komt neer op ongeveer de helft van het jaarlijkse binnenlandse gasverbruik in Limburg. Het FUREC-project moet op jaarbasis een besparing van ongeveer 400.000 ton CO2 realiseren.

Uit iedere ton afval wil RWE in het FUREC-project 60 kilo waterstof produceren en 340 kubieke meter aardgas vervangen. Het voorkomt hiermee 413 kilo CO2-uitstoot per ton afval.

CO2 afvangen, opslaan en inzetten als grondstof

Bij de productie van waterstof komt eveneens CO2 vrij. Deze CO2 vangt RWE af en slaat deze op. Op termijn wil het bedrijf de CO2 door de industrie laten inzetten als grondstof. De waterstof wordt lokaal op het industrieterrein van Chemelot afgezet ofwel getransporteerd naar industriële bedrijven in Rotterdam en het Ruhrgebied. FUREC bereidt de benodigde netaansluitingen voor op de waterstof- en CO₂-infrastructuur.

“FUREC is een uitstekend voorbeeld van de circulaire economie op zijn best, waarbij afval wordt gebruikt voor de productie van waterstof. De toezegging van het Innovatiefonds van de Europese Unie (EU) laat dit zien en onderstreept dat RWE met dit project een belangrijke bijdrage kan leveren aan het koolstofvrij maken van de economie. Voor de chemische industrie biedt waterstof een groot potentieel om het productieproces van grondstoffen duurzamer te maken. Dit is waar ons project om de hoek komt kijken. Met FUREC faciliteren we de ontwikkeling van een centrum voor de circulaire economie in de provincie Limburg. Tegelijkertijd stellen we de chemische industrie in staat haar CO₂-uitstoot te verminderen. Dankzij FUREC kan Limburg als blauwdruk dienen voor andere locaties in Nederland en in Europa”, aldus Roger Miesen, CEO van RWE Generation SE.

Proefinstallatie

Een definitief investeringsbesluit voor het project staat voor 2024 op de planning. Eerder realiseerde RWE al in samenwerking met machinebouwer John Cockerill een proefinstallatie voor het FUREC-project bij het innovatiecentrum van RWE in het Duitse Niederaußem. Het gaat daarbij om een zogenoemde torrefactie-installatie. De proefinstallatie is bedoeld om de processtappen te optimaliseren die nodig zijn voor de productie van waterstof uit restafval. RWE investeerde 3 miljoen euro in de installatie.

Meer informatie over het FUREC-project is hier beschikbaar.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Foto: akitada31 via Pixabay

Offshore Solar Platform wil 3 gigawattpiek aan zonne-energie opwekken in 2030

Het Offshore Solar Platform (POS) is begin dit jaar officieel gelanceerd. Het platform bestaat uit een reeks Nederlandse bedrijven die offshore zonneparken willen ontwikkelen en uitrollen.

3 gigawattpiek (GWp) aan zonne-energie genereren in 2030. Dat is het doel dat POS zichzelf stelt. POS wil onder meer de discussie aangaan met de overheid, netbeheerder Tennet en andere sectoren en aandeelhouders die in de Noordzee actief zijn. Zo willen de partijen de uitrol van offshore zonneparken versnellen.

Diverse partijen betrokken

Bij het project zijn diverse partijen betrokken, waaronder onderzoeksorganisatie TNO, ontwikkelaar van drijvende zonneparken SolarDuck, speler in offshore zonneparken Oceans of Energy en specialist in tanker-gebaseerde productie- en opslagsystemen Bluewater Energy Services.

De partijen benadrukken het belang van een goede samenwerking binnen de industrie met de overheid. Zo kan een adequaat juridische raamwerk en de juiste wetgeving rondom de integratie van zonneparken in het energiesysteem de ontwikkeling van offshore zonneparken in Nederland versnellen. POS stelt dat het doel van 3GWp aan zonne-energie in 2030 in dat geval ‘eenvoudig haalbaar’ is.

Kansen voor Nederlandse bedrijven

Ook wijzen de betrokken partijen op kansen die de ontwikkeling van techniek rondom offshore zonneparken biedt voor Nederlandse bedrijven. Het daarbij onder meer om kansen rondom de export van innovatieve Nederlandse technologie.

Indien we op grote schaal groene energie willen genereren vraagt dit om slim gebruik van de schaarse ruimte die in Nederland beschikbaar is, stelt POS. TNO wil het binnen tien jaar mogelijk maken om op ieder oppervlak duurzame energie te genereren. Zowel het behoud van het landschap als de impact op de natuurlijke wereld krijgen hierbij volop aandacht. In samenwerking met partners wil TNO innovaties als drijvende zonneparken en energie opwekkende gebouwen en infrastructuur ontwikkelen.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Afbeelding: PublicDomainPictures via Pixabay

Superporeus en compact nanomateriaal maakt productie van waterstof kostenefficiënter

Een nieuw superporeus en compact nanomateriaal maakt efficiënte elektrochemische reacties mogelijk. Het materiaal kan een belangrijke stap vormen in het kostenefficiënt produceren van waterstof met behulp van elektrolyse.

Het nanomateriaal is ontwikkeld door onderzoekers van imec en KU Leuven, die partners zijn binnen EnergyVille. Dit is een samenwerking tussen de Belgische onderzoekspartners KU Leuven, VITO, imec en UHasselt voor onderzoek naar duurzame energie en intelligente energiesystemen.

Belangrijke rol weggelegd voor waterstof

Groene waterstof en andere groene moleculen speelt naar verwachting een essentiële rol bij het realiseren van de klimaatdoelstellingen die onder meer vanuit de Europese Unie (EU) worden gesteld. Zo is er vooralsnog geen alternatief voor waterstof voor de decarbonisatie van de staal- en cementindustrie evenals de koolstofvrije productie van kunstmest. Ook kan waterstof een grote rol spelen in sectoren die lastig elektrificeerbaar zijn. Denk hierbij aan langeafstandstransport.

Hoewel we steeds meer waterstof gebruiken, is het aandeel van groene waterstof beperkt. Groene waterstof is waterstof die is geproduceerd met behulp van duurzame energiebronnen. In de praktijk betekent dit dat de elektriciteit die bij elektrolyse wordt ingezet afkomstig is uit duurzame energiebronnen, zoals zonne- of windenergie. Indien dit niet het geval is spreken we van grijze waterstof. Een grootschalige en kostenefficiënte productie van groene waterstof brengt technologische uitdagingen met zich mee.

Water ontleden in waterstof en zuurstof

Elektrolyse is een chemische reactie waarbij onder invloed van elektrische stromen samengestelde stoffen ontleed worden. In het geval van waterstof betekent dit dat elektrolyse water ontleedt tot water en zuurstof. De reactie in de elektrolyser die hierbij een cruciale rol kent speelt zich af aan het oppervlak van de elektrodes. Hoe poreuzer het elektrodemateriaal, hoe efficiënter het waterstofgas uit reactieoppervlakken weggevoerd kan worden.

Imec en KU Leuven ontwikkelden de afgelopen jaren een nieuw materiaal dat zowel zeer poreus is als een uitzonderlijk groot reactief oppervlak kent, samengeperst in een klein volume (26 m²/cm³). Het materiaal is opgebouwd uit draden van 40 nanometer dun, wat neerkomt op een duizendste van een haar. Onder een elektronenmicroscoop ziet het materiaal eruit als een driedimensionaal kippengaas.

Niet-poreuze drager levert belemmeringen op

Het materiaal is niet nieuw. Tot voor kort moest het nanomateriaal echter ondersteund worden door een niet-poreuze drager. Deze zorgt voor de benodigde robuustheid, maar belemmert tegelijkertijd de instroom van reagentia en de uitstroom van waterstofgas. imec meldt dat het ‘enorme potentieel van het nanomateriaal’ hierdoor onbenut bleef.

Deze drager is nu door de onderzoekers volledig opengemaakt met een poreuze structuur, die vanaf alle kanten toegankelijk is. Op basis hiervan ontwikkelden de onderzoekers een nikkel-elektrode. Hiermee tonen zij aan dat bijna de volledige theoretische oppervlakte ook effectief benut wordt tijdens de elektrochemische reacties.

Meer stroom leidt tot meer waterstof én hogere verliezen

Hoe meer stroom je door een elektrolysecel stuurt, hoe meer waterstof er gevormd wordt. Tegelijkertijd stijgen echter ook de verliezen in energie-efficiëntie. Het nanomateriaal biedt hiervoor een oplossing. In vergelijking met conventionele nikkel-elektrodes kunnen ze tientallen keer hogere stroomdichtheden verwerken met dezelfde energie-efficiëntie. Het nanomateriaal levert zo een hoger rendement op dan gangbare poreuze alternatieven.

“Om op gigawatt-schaal groene waterstof te kunnen produceren op offshore windparken, waar elke vierkante meter van tel is, heb je compacte elektrolysers nodig met een hoog rendement. Deze nieuwe elektrode vormt een veelbelovende component in de ontwikkeling van dergelijke elektrolysers. De ontwikkeling van die elektrolysecomponenten zetten we verder binnen het bedrijf Hyve, in samenwerking met VITO, DEME, John Cockerill, Colruyt en Bekaert”, legt Bart Onsia, business development manager bij imec/EnergyVille, uit.

‘Industriële toepassingen komen snel dichterbij’

Philippe Vereecken, imec fellow en deeltijds hoogleraar aan KU Leuven, voegt toe: “Dankzij onze snelle progressie in het onderzoek komen de industriële toepassingen van ons nanomateriaal snel dichterbij. De technologie is niet afhankelijk van zeldzame grondstoffen en vertrouwt op algemeen beschikbare productietechnologieën die gemakkelijk op te schalen zijn. Bovendien onderzoeken we binnen imec samen met VITO ook hoe we deze materialen kunnen inzetten voor CO2-reductie.”

Nina Planckensteiner, Marie-Curie postdoc aan imec: “Dat is meteen het mooie van deze nanostructuren: je kan ze in zowat alle metalen aanmaken waardoor een scala aan duurzame toepassingen mogelijk is: nikkel in elektrolysereacties, zilver en koper voor CO2-reductie, platina voor katalysatoren, enzovoort.”

Meer informatie is beschikbaar in Materials Today Energy, waar de onderzoekers hun onderzoeksresultaten publiceren.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Afbeelding: Rony Michaud via Pixabay

FME: Nederland moet Europese steun zoeken voor export van chiptechnologie

Nederland moet bij de Europese Commissie (EC) en andere lidstaten van de Europese Unie (EU) steun zoeken voor de export van Nederlandse chiptechnologie naar China, pleit FME. De ondernemersorganisatie voor de technologische industrie wil dat Nederland dat de EU een Europees standpunt inneemt omtrent de door de Verenigde Staten (VS) aangekondigde exportbeperkingen rondom machines voor chipproductie naar China.

De VS willen de toegang van China tot geavanceerde chips beperken. De landen zijn lange tijd verwikkeld in een strijd die ook wel een chipoorlog wordt genoemd. Al langer leggen de Amerikanen daarom allerlei chip-gerelateerde exportbeperkingen op voor Westerse partijen die met China handel drijven. Dit levert China veel hinder op, dat voor chiptechnologie nog altijd sterk afhankelijk is van buitenlandse partijen. Het gaat daarbij specifiek om geavanceerde chips, onder meer gericht op kunstmatige intelligentie, supercomputers en defensiedoeleinden.

Ook ASML getroffen

De beperkingen treffen ook het Nederlandse ASML, dat machines voor de productie van chips produceert en levert. Zo mag het Nederlandse bedrijf al langer geen zijn geavanceerde extreme ultraviolet lithography (EUV)-machines leveren aan China. De Amerikanen willen echter ook de export van oudere technologie voor de productie van chips aan banden leggen. Het gaat daarbij specifiek om deep ultraviolet lithography (DUV)-machines.

De VS willen dat Nederland en Japan zich achter de exportbeperkingen scharen. Dergelijke beperkingen kunnen ASML veel schade opleveren. China is een belangrijke afzetmarkt voor het Nederlandse bedrijf. Het bedrijf zag zijn verkopen in China in de eerste helft van 2022 met 19% stijgen tot bijna 1,3 miljard dollar. China is een belangrijke afzetmarkt voor DUV-systemen.

‘Nederland tekent niet zo maar bij het kruisje’

De Nederlandse regering staat dan ook niet te springen om het omarmen van de exportbeperkingen die de VS voorstellen. Minister-president Mark Rutte en minister van Buitenlandse Zaken Wopke Hoekstra spraken hierover afgelopen week met de Amerikaanse president Joe Biden. Het FD meldde dat Rutte en Hoekstra in dit gesprek geen toezeggingen hebben gedaan over exportbeperkingen richting China rondom chiptechnologie- en productie. Rutte benadrukte dat Nederland niet zo maar ‘bij het kruisje tekent’. Rutte herhaalde hiermee een standpunt dat eerder ook al door minister Liesje Schreinemacher voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking werd gedeeld tijdens een interview met Buitenhof.

In de gesprekken is dan ook geen definitieve beslissing genomen over het eventueel overnemen van exportbeperkingen die de VS opleggen aan China. Wel meldt het kabinet op dit vlak ‘nodige stappen voorwaarts’ te hebben gezet. Wat dit precies betekent is niet duidelijk.

Ook Japan terughoudend

De VS willen niet alleen dat Nederland verdergaande exportbeperkingen opleggen aan China rondom chips, maar vragen ook Japan – met Canon en Nikon eveneens een belangrijke speler op het gebied van chipproductie – dit te doen. Net als de Nederlandse overheid is de Japanse overheid hiermee terughoudend. De Japanse minister-president Fumio Kishida en Biden spraken recentelijk over het onderwerp. Naar aanleiding van dit gesprek meldde Kishida dat Japan nog altijd geen besluit heeft genomen over het aanscherpen van de exportbeperkingen rondom chiptechnologie richting China.

FME pleit er nu dus voor dat Nederland steun zoekt bij de EC en EU-lidstaten. De EU zou een Europees standpunt moeten innemen rondom exportbeperkingen van chiptechnologie naar China. FME wijst op de leidende positie van Nederland op dit vlak als één van de belangrijkste leveranciers van machines die worden gebruikt bij de productie van chips. “In deze tijd van snelle technologische ontwikkelingen, digitalisering en geopolitieke spanningen is nationale en Europese strategische autonomie van groot belang”, zegt FME-voorzitter Theo Henrar. “Nederland is gebaat bij een meer eensgezind en krachtig optreden van de EU.”

‘Ruim baan voor Hollandse digitale kampioenen’

Henrar: “De digitale economie is de afgelopen vijftien jaar 2,5 keer harder gegroeid dan de analoge. Halfgeleider- en chiptechnologie ligt aan de basis van deze groei. Om ons toekomstig verdienvermogen te verzekeren is het belangrijk om als natie te excelleren in de mondiale digitale economie. Er moet dus ruim baan zijn voor onze Hollandse digitale kampioenen, binnen de door de EU vastgestelde grenzen.”

FME wil dat Nederland veel meer samenwerking zoekt met serieuze halfgeleidernaties die China omringen. Denk daarbij aan Zuid-Korea, Taiwan en Japan.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Afbeelding: brookhaven via Pixabay

25 miljoen euro subsidie voor AI-programma ROBUST

Het programma op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI) ROBUST ontvangt een bijdrage van 25 miljoen euro vanuit NWO voor de komende tien jaar. Het programma is gericht op het versterken van het Nederlandse AI-ecosysteem, waarbij een belangrijke focus ligt op fundamenteel AI-onderzoek.

ROBUST is een initiatief dat is opgezet vanuit het Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI). Diverse Nederlandse universiteiten zijn bij het initiatief betrokken, waaronder de TU Delft, Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), Rijksuniversiteit Groningen, TNO, Universiteit Twente, Universiteit van Amsterdam, Wageningen Marine Research en Wageningen University & Research.

Nederlandse AI-ecosysteem versterken

Het initiatief moet het Nederlandse AI-ecosysteem versterken door het stimuleren van fundamenteel onderzoek op het gebied van AI. ROBUST is in het bijzonder gericht op de ontwikkeling van betrouwbare en uitlegbare AI-technologie voor de aanpak van maatschappelijk relevante vraagstukken. Het gaat daarbij onder meer om vraagstukken in de zorg, logistiek, media, voeding en energie.

De UvA is kartrekker binnen het project. In totaal nemen 51 partners uit het bedrijfsleven, de overheid en de kennissector deel aan ROBUST. Het gaat daarbij om 17 kennisinstellingen, 19 industriepartijen en 15 maatschappelijke organisaties. Ook het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) draagt bij aan ROBUST. In combinatie met de bijdrage vanuit het NWO komt het totale budget voor ROBUST uit op 87,7 miljoen euro.

Diverse projecten

Binnen ROBUST zetten de betrokken partijen diverse projecten op. In totaal gaat het om 17 publiek-private labs die onderdeel uitmaken van het Innovation Center for Artificial Intelligence (ICAI). Een voorbeeld is een lab opgezet door LUMC, Leiden University en Philips, gericht op het versnellen en verbeteren van MRI-scans met behulp van AI. Het lab heet AI4MRI en is onderdeel van SAILS, dat zich richt op het consolideren van AI-onderzoek in Leiden. AI4MR onderzoekt ook het gebruik van AI voor het produceren van kwalitatief goede scans indien patiënten tijdens een MRI-scan licht bewegen. Denk echter ook aan de impact van AI-technologie op de werkplek.

Maarten de Rijke, hoogleraar Artificial Intelligence and Information Retrieval aan de UvA is als programmaleider aan ROBUST verbonden. “Uniek aan ROBUST is dat de labs niet alleen bijdragen aan economische en technologische doelen, maar ook aan VN-doelen gericht op het terugdringen van armoede, ongelijkheid, onrecht en klimaatverandering”, zegt De Rijke. “Een belangrijk doel van alle projecten is het optimaliseren van betrouwbare AI-systemen op het gebied van precisie, reproductie, veerkracht, transparantie en veiligheid.”

FEPlab

Een ander voorbeeld is FEPlab, een samenwerking tussen de TU/e en hoortoestellenfabrikant GN Hearing. De missie van FEPlab is het verbeteren van de participatie van slechthorenden in zowel formele als informele social omgevingen. De focus ligt hierbij op onderzoek rondom het overbrengen van een ‘toonaangevende op de fysica/neurowetenschappen gebaseerde theorie over computatie in de hersenen, het Free Energy Principle (FEP)’ naar praktisch gebruik in mensgerichte middelen zoals hoortoestellen en VR-technologie.

Een derde voorbeeld is het EAISI Mobility Lab, een samenwerking tussen TU/e en NXP Semiconductors. De partijen streven in dit lab naar de inzet van de voortschrijdende digitalisering van voertuigen en vervoersdiensten voor het bewerkstelligen van ongevallenvrije mobiliteit. Hiervoor wil het EAISI Mobility Lab intelligente mobiliteitssystemen ontwerpen die hun omgeving waarnemen, leren en begrijpen. Ook moeten zij in interactie met mensen redeneren over welke actie zij moeten ondernemen voor het bereiken van specifieke doelen.

‘Lang en intensief proces met vele partners’

EAISI Programmadirecteur Shane O’ Seasnáin: “Robust is het spannende hoogtepunt van een lang en intensief proces met vele partners. Het is een uitstekend voorbeeld van een grootschalige nationale samenwerking tussen onderzoeksinstellingen en het bedrijfsleven met een positieve impact op de lokale economie. De nieuwe AI-technologieën die uit dit onderzoek zullen voortvloeien, zullen naar verwachting een sterke impact hebben en voorzien in de maatschappelijke behoefte aan betrouwbare AI. We zijn er trots op ons bestaande ICAI-lab met NXP uit te breiden en een vijfde ICAI toe te voegen met GN Hearing”.

Margriet van Schijndel, program manager Responsible Mobility van EAISI: “Voor het EAISI Mobility Lab betekent het ROBUST-programma een verdere verdieping van de ontwikkelingen in de huidige samenwerking, en een verdere borging voor de samenwerking met NXP op langere termijn. Naast deze verdieping op de bestaande onderwerpen in het EAISI Mobility Lab, wordt ook een belangrijk stuk toegevoegd op het gebied van ethiek en AI voor mobiliteit. Dit sluit ook goed aan bij onze ambities voor een ELSA mobiliteitslab”.

‘Nog sterker AI-ecosysteem opbouwen’

Zeven labs staan onder leiding van de Radboud Universiteit en het Radboudumc. Hoogleraar AI Bram van Ginneken leidt het onderzoek in het Radboudumc: “Dit project is uniek, vanwege de grootte en lange looptijd van tien jaar. Dankzij ons toponderzoek in het Radboudumc, gelinkt aan de slagkracht van bedrijven, kunnen we een nog sterker AI-ecosysteem opbouwen. Ook voor de vier onderzoekers die de labs bij ons gaan aansturen, is dit een zeldzaam mooie kans.” Binnen het Radboudumc gaat het in totaal om vier labs.

Marcel van Gerven, hoogleraar AI, is bij het onderzoek aan de Radboud Universiteit betrokken: “De AI-afdeling van het Donders Institute zal samenwerken met ASM Pacific in het ASM ICAI-lab, dat gevestigd zal zijn in het Maria Montessori-gebouw van de Faculteit Sociale Wetenschappen. Ons doel is het ontwikkelen van geavanceerde machine learning technieken met toepassingen in de halfgeleiderindustrie. De focus van het lab is de ontwikkeling van energie-efficiënte en robuuste intelligente technologie voor duurzame procescontrole.”

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Afbeelding: Gordon Johnson via Pixabay

Mercedes-Benz kondigt wereldwijd laadnetwerk aan

Mercedes-Benz gaat een wereldwijd laadnetwerk voor elektrische voertuigen realiseren. Het netwerk moet tegen het einde van dit decennium meer dan 10.000 snelladers bevatten. Deze zijn toegankelijk voor alle elektrische voertuigen.

Dit is door de Duitse autofabrikant aangekondigd op de CES 2023, die onlangs in het Amerikaanse Las Vegas plaatsvond. De uitrol van het laadnetwerk gaat in Noord-Amerika van start. In een later stadium start de autofabrikant ook met de bouw van het netwerk in Europa, China en andere belangrijke markten. Het Noord-Amerikaanse netwerk moet tegen 2027 voltooid zijn. Dit netwerk moet dan ruim 400 hubs tellen met in totaal meer dan 2.500 snelladers.

Ruim 10.000 snelladers

Het wereldwijde netwerk moet uiteindelijk bestaan uit meer dan 10.000 snelladers. Wanneer de bouw in Europa van start gaat is niet bekend. Ook is onduidelijk hoeveel van de 10.000 snelladers in Europa komen te staan.

Afhankelijk van de regio en locatie realiseert Mercedes-Benz hubs met vier tot twaalf snelladers. Op termijn wil het bedrijf dit aantal uitbreiden naar dertig laders. Het gaat daarbij om zogeheten ‘high-power laders’ (HPC), die een laadvermogen van 350 kW kennen.

Wachttijden minimaliseren

Mercedes-Benz meldt dat de inzet van intelligente technologie zorgt dat voertuigen zo snel mogelijk opladen, waarmee het bedrijf de wachttijd bij laadpalen wil minimaliseren. De autofabrikant stelt het laadnetwerk open voor voertuigen van alle merken. Klanten van Mercedes-Benz krijgen speciale voordelen, waaronder de mogelijkheid tot het reserveren van een laadstation.

Mercedes-Benz bouwt een wereldwijd laadnetwerk voor elektrische voertuigen (foto: Mercedes-Benz)
Een impressie van de laadhub (foto: Mercedes-Benz)

De autofabrikant wil gebruikers van de hubs de mogelijkheid bieden met groene stroom te laden. Dit wil het bedrijf bij voorkeur garanderen via leveringscontracten voor groene stroom, en anders door het gebruik van hernieuwbare energiecertificaten van erkende leveranciers. Ook rust Mercedes-Benz een aantal laadstations uit met zonnepanelen die elektriciteit leveren voor onder meer verlichting en videobewaking bij de hubs.

MN8 Energy en ChargePoint als partners

Het project gaat dus in Noord-Amerika van start. Mercedes-Benz werkt hierbij samen met de partners MN8 Energy en ChargePoint. MN8 Energy is een grote exploitant van zonne-energie en accu-opslag in de VS. Mercedes-Benz wil via de samenwerking met dit bedrijf klanten in de VS zo veel mogelijk toegang bieden tot laden via groene stroom. ChargePoint is exploitant van een omvangrijk laadnetwerk voor elektrische voertuigen in zowel de VS als Europa. Deze partner fungeert al langer als backend-provider Mercedes me Charge in de VS, dat toegang biedt tot laadpalen.

“Bij Mercedes-Benz zetten we ons volledig in om het laden van elektrische voertuigen eenvoudiger en toegankelijker te maken. Door MN8 Energy en ChargePoint te selecteren als onze partners in Noord-Amerika – twee van de leiders in hun vakgebieden – kunnen we de transformatie naar een elektrische toekomst blijven stimuleren, wat een van de belangrijkste pijlers is van onze holistische, duurzame bedrijfsstrategie”, zegt Markus Schäfer, lid van de raad van bestuur van Mercedes-Benz Group AG, Chief Technology Officer, Ontwikkeling & Inkoop.

De Duitse autofabrikant meldt ook dat de laadstations ook aan de ‘bredere behoeften’ van de klant voldoen. Denk hierbij aan eetgelegenheden en toiletten in de buurt. Daarnaast worden de laadlocaties uitgerust met bewakingscamera’s en andere faciliteiten met het oog op veiligheid. Een deel van de laadstations krijgt een overkapping.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Foto: Mercedes-Benz

Nederlanders zien duurzaamheid als economische succesfactor

Vier op de vijf Nederlandse respondenten in het Bosch Tech Compass 2023 beschouwt duurzaamheid als een economische succesfactor. Nederland bevindt zich hiermee wereldwijd in de kopgroep; alleen in Brazilië en India delen meer mensen deze mening.

Dat blijkt uit de Bosch Tech Compass 2023, dat Bosch in negen landen wereldwijd uitvoerden. In Nederland namen 600 respondenten deel aan het onderzoek. Bosch deelt de resultaten van Nederlandse respondenten, die in het onderzoeksrapport niet apart vermeld zijn. Ook zijn de Nederlandse resultaten niet zijn meegeteld in de algemene cijfers, die een gemiddelde weergeven van resultaten uit Brazilië, China, Duitsland, Frankrijk, India, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Duurzaamheid als economische succesfactor

Wereldwijd stelt 82% van de respondenten dat hoe meer een bedrijf zich inzet voor duurzame technologieën, hoe economisch succesvoller het in de toekomst zal zijn. Brazilië en India gaan hierbij in kop; in beide landen deelt 87% van de respondenten deze mening. Amerikanen kunnen zich het minst vaak in deze stellingen vinden (73%).

Nederland zit in de kopgroep; 85% van de Nederlanders ziet duurzame technologieën als een noodzakelijke vereiste voor elk bedrijf en als economische succesfactor. 82% stelt daarnaast dat de mate waarin een bedrijf in duurzame technologieën investeert zich in de toekomst vertaalt naar economisch succes.

Duurzame energieproductie

Wereldwijd stappen landen in toenemende mate over op hernieuwbare energie. Tegelijkertijd bestaat er terughoudendheid van het volledig afstappen van kernenergie en fossiele brandstoffen voor energieopwekking. Deze terughoudendheid varieert daarnaast wereldwijd sterk.

Van alle respondenten is 62% voorstander van het promoten van zonne-energie. 44% wil juist meer inzetten op windenergie. Tegelijkertijd is in China en Frankrijk de steun voor het promoten van kernenergie met respectievelijk 36% en 31% nog altijd relatief hoog. Respondenten in de Verenigde Staten (olie: 21 procent, gas: 24 procent) en in India (olie: 22 procent, gas: 23 procent) zijn relatief vaak voorstander van fossiele brandstoffen.

Bosch noemt Nederlanders sterke voorstanders van het promoten van zonne- en windenergie. 62% van de Nederlandse respondenten is voorstander van het stimuleren van zonne-energie, terwijl 47% windenergie wil stimuleren. 44% stelt daarnaast dat waterstof meer gepromoot mag worden.

Waterstof

71% van de Nederlandse ondervraagden ziet waterstof/brandstofcel als de technologie met het grootste potentieel voor het stimuleren van duurzaamheid in de toekomst. Ook biotechnologie (47%) en climate engineering (44%) zijn populair.

Bijna de helft (45%) van de Nederlandse deelnemers aan het onderzoek verwacht dat waterstof tegen 2030 een ‘reguliere’ brandstof is. Een kwart verwacht dat dit tussen 2031 en 2040 het geval zal zijn.

‘Bedrijven kunnen meer klimaatactie ondernemen’

Ook vinden Nederlanders bovengemiddeld vaak dat er wat betreft de inzet van het bedrijfsleven voor klimaatactie ruimte voor verbetering is. Wereldwijd ligt dit percentage op 58%. In Nederland deelt 65% van de respondenten deze mening.

“Klimaatverandering tegengaan is de grootste opgave van onze tijd. Men verwacht dan ook terecht van bedrijven dat zij technische oplossingen bieden voor deze vraagstukken. Bosch gaat deze uitdaging aan en zet zich resoluut in voor veelbelovende technologieën zoals waterstofelektrolyse”, zegt Dr. Stefan Hartung, voorzitter van de raad van bestuur van Bosch.

Vertrouwen in technologie groeit

Het vertrouwen in technologie groeit, blijkt uit het onderzoek. Driekwart van de respondenten wereldwijd stelt dat technologische vooruitgang de wereldwijd een betere plek kan maken. Nederlanders zijn met 64% iets pessimistischer.

Wel vindt bijna negen op de tien Nederlandse respondenten (85%) dat technologische vooruitgang meer gericht moet zijn op maatschappelijke problemen. Denk hierbij aan gezondheid, voedselvoorziening en klimaatverandering. Individuele behoeften zoals e-commerce of ruimtetoerisme zouden juist minder aandacht moeten krijgen.

Technologie kan klimaatverandering helpen tegengaan

Het overgrote merendeel van de respondenten ziet een rol weggelegd voor technologie bij het tegengaan van klimaatverandering. Wereldwijd deelt 83% van de respondenten deze mening, terwijl het percentage in Nederland op 82% ligt. Iets meer dan de helft van de Nederlandse respondenten (53%) is van mening dat op dit moment voldoende inspanningen worden geleverd voor het uitbouwen van duurzame technologieën.

“Digitalisering kan een bijzondere rol spelen bij duurzaamheid”, zegt Hartung. “We investeren in de ontwikkeling en uitbreiding van veelbelovende nieuwe technologieën, met een focus op duurzaamheid, mobiliteit en Industrie 4.0.”

Meer informatie is beschikbaar in het Bosch Tech Compass 2023, dat hier beschikbaar is.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Foto: annca via Pixabay

Automation Ecosystem van Formlabs maakt 24/7 3D-printen met minimale downtime mogelijk

Formlabs brengt het Automation Ecosystem op de markt. Automation Ecosystem bestaat uit verschillende oplossingen en producten van Formlabs. Samen dringen zij het aantal menselijke handelingen en downtime van 3D-printers terug. Het aanbod maakt 24/7 3D-printen tegen lagere kosten per product mogelijk.

Het Amerikaanse Formlabs is in september 2012 gelanceerd door drie voormalig studenten van het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology (MIT). De studenten bouwden een 3D-printer die onderdelen van industriële en professionele kwaliteit kon printen tegen een betaalbare prijs. Via een Kickstarter-project brachten de oprichters Maxim Lobovsky, David Cranor en Natan Linder de Form 1 op de markt.

Klanten in diverse sectoren

Sindsdien timmert Formlabs stevig aan de weg. Diverse bedrijven zijn klanten bij het Amerikaanse bedrijf. Het gaat daarbij onder meer om grote spelers in medisch onderzoeker, schoenontwerp, de automotivesector en luchtvaartindustrie. Denk echter ook aan entrepreneurs en kleine bedrijven die op maat gemaakte producten creëren met de 3D-printers van Formlabs.

Automation Ecosystem

Nu kondigt het bedrijf het Automation Ecosystem aan. Hiermee wil Formlabs de transitie voor gebruikers die hun 3D-printproces opschalen van één naar meerdere printers vereenvoudigen en beheercomplexiteit die hierdoor dreigt te ontstaan tegengaan. Zo kunnen gebruikers met behulp van het Automation Ecosystem een vloot van 3D-printers beheren. Dit kunnen printers zijn die in meerdere materialen printen en door meerdere gebruikers ingezet worden.

Met het Automation Ecosystem wil Formlabs een ecosysteem creëren waarin printers 24/7 kunnen printen met een minimale downtime. Dit maakt continue productie mogelijk. In de praktijk betekent dit dat gebruikers meerdere prints kunnen klaarzetten om bijvoorbeeld gedurende de nacht of in een weekend te printen.

Productiviteit verdrievoudigen

Indien klanten het Automation Ecosystem combineren met 3D-printers van het bedrijf, kunnen zij hiermee volgens formlabs hun productiviteit verdrievoudigen. Tegelijkertijd besparen klanten volgens Formlabs tot 80% op de arbeidskosten. Ook kunnen zij componenten produceren tegen 40% lagere kosten en het gebruik van verpakkingsmateriaal met 96% terugdringen.

Het Automation Ecosystem bestaat uit verschillende onderdelen. Form Auto maakt 24/7 3D-printen via een geautomatiseerd proces mogelijk. De oplossing verwijdert onder meer onderdelen nadat een print is afgerond. Dit zonder dat hiervoor menselijke handelingen vereist zijn. Form Auto maakt hierbij gebruik van de zogeheten Quick Release Technology, die door Formlabs is ontwikkeld. Het start vervolgens automatisch de volgende print die in de wachtrij klaarstaat. Form Auto is een hardwarematige toevoeging aan de 3D-printers van Formlabs. De hardware is geschikt voor de Form 3 en Form 3+ 3D-printers.

Fleet Control

Een ander component is Fleet Control. Dit is een oplossing die het beheer van een vloot 3D-printers vereenvoudigt. Het optimaliseert de workflow, met als doel het maximaliseren van de productiviteit van de vloot. De suite omvat onder meer een dashboard en de PreForm-software. Beide zijn voorzien van nieuwe functionaliteiten. Denk hierbij aan een gecentraliseerde beheerfunctie voor wachtrijen met printopdrachten. Ook wijst de software automatisch opdrachten toe aan beschikbare printers. Fleet Control helpt zo bij het optimaliseren van de prestaties en efficiëntie van printers. Fleet Control is compatibel met Form 3+, Form 3B+, Form 3L en Form 3BL 3D-printers.

Het High Volume Resin System vergroot de capaciteit voor hars, ook vaak aangeduid als resin. Dit systeem kan tot vijf liter resin bevatten. Dit is vijf keer zoveel als een standaard cartridge. Gebruikers kunnen dankzij deze grotere capaciteit meer onderdelen creëren, zonder dat het vervangen van cartridges voor oponthoud zorgt. Het High Volume Resin System is voorzien van een speciale pomp die zorgt voor een consistente afgifte van resin. Het systeem is geschikt voor de Form 3+, Form 3B+. Form 3L en Form 3BL. 

Minder handelingen en lagere kosten

Op zijn website vergelijkt Formlabs 3D-printen met en zonder het Automation Ecosystem bij het 3D-printen van duizend roterende armen in drie dagen tijd. Zonder Automation Ecosystem zijn hier volgens Formlabs 28 printers en twaalf wisselingen van cartridges voor nodig. Het printen van de onderdelen kost 3,93 dollar per stuk. De inzet van het Automation Ecosystem reduceert dit tot tien printers, twee wisselingen van cartridges en een prijs per product van 2,81 dollar.

“Het Formlabs Automation Ecosystem is een naadloze oplossing voor het verhogen van de productie met 3D-printerparken. We blijven hierbij trouw aan het gebruiksgemak van alle Formlabs-producten zodat iedereen alles kan maken. Met deze oplossingen kunnen bedrijven zoals tandtechnische laboratoria, servicebureaus en interne werkplaatsen de productie opvoeren zonder hogere arbeidsvereisten of dure kapitaalinvesteringen. Dit maakt 3D-printen voor productie kosteneffectiever. Formlabs-gebruikers bereikten onlangs een belangrijke mijlpaal met meer dan honderd miljoen onderdelen die op onze 3D-printers zijn geprint. Door dit ecosysteem toe te voegen vergroot Formlabs de capaciteit, zodat gebruikers verdere 3D-printinnovaties kunnen leveren”, zegt Formlabs Chief Product Officer Dávid Lakatos.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Foto: Formlabs

Verwarmbare autogordel helpt met vergroten van bereik EV’s

Een verwarmbare autogordel kan het energieverbruik van elektrische voertuigen (EV)’s terugdringen door het gebruik van klimaatsystemen te verminderen. Zo maakt de autogordel ontwikkeld door ZF een groter bereik voor EV’s mogelijk.

Het bereik van elektrische voertuigen is van diverse factoren afhankelijk, waaronder het energieverbruik van het voertuig. Het gaat daarbij uiteraard om het verbruik van de ingebouwde elektromotor(en), maar ook om het gebruik van andere elektrische systemen. Een voorbeeld is het klimaatsysteem dat in auto’s aanwezig is.

Teruglopend bereik

Bestuurders van EV’s merken in de koude wintermaanden dat het bereik van hun auto terugloopt. Dit kent verschillende oorzaken. Zo werken accu’s in EV’s optimaal tussen de 20 en 40 graden Celsius, terwijl de temperatuur in de wintermaanden vaak een stuk lager ligt. Hun capaciteit is daardoor beperkt, wat het bereik van volledig elektrische voertuigen tot 30% kan verminderen.

Ook de verwarming in elektrische voertuigen speelt echter een grote rol. Bij een traditionele verbrandingsmotor maakt de verwarming gebruik van restwarmte van de motor. Een elektromotor genereert deze warmte echter niet. Een EV moet voor de verwarming van het interieur dan ook volledig terugvallen op de energie die in zijn accu is opgeslagen.

Gordel met elektrische verwarmingselementen

De verwarmbare autogordel die door ZF is ontwikkeld kan uitkomst bieden. Deze gordel maakt gebruik van technologie die we kennen uit verwarmde sturen en stoelverwarming. In de gordel zijn elektrische verwarmingselementen verwerkt, vergelijkbaar met een elektrische deken. De warmte die deze elementen afgeven verwarmen op hun beurt de inzittenden van een voertuig.

ZF wil met de verwarmbare autogordel inzittenden rondom verwarmen. Dit is mogelijk door het combineren van de autogordel met stoelverwarming. De autogordel verwarmt hierbij het bovenlichaam en het middel van inzittenden, terwijl de stoelverwarming het onderlichaam verwarmt.

Tot 15% meer bereik

De impact op het bereik van voertuigen is volgens ZF aanzienlijk. Zo verwacht de organisatie dat de werkwijze het bereik tot 15% kan vergroten. Ook verwacht ZF dat het systeem een hoog comfortniveau biedt voor inzittenden.

De verwarmbare autogordels zijn op het eerste oog nauwelijks te onderscheiden van traditionele tegenhangers. Warmtegeleiders in de vorm van kleine draden zijn direct verweven in de autogordel. De contactelementen voor de elektrische verwarmingscircuits zijn zo gepositioneerd dat zij bij het gebruik van de autogordel of de gordelspanner geen hinder opleveren.

Geen verschil in veiligheid

“Voor de inzittenden is er qua werking geen verschil met een conventionele gordel”, legt Martina Rausch uit, bij ZF verantwoordelijk voor nieuwe ontwikkelingen rondom veiligheidsgordels. “En natuurlijk doet de verwarmde veiligheidsgordel wat betreft crashgedrag op geen enkele manier onder voor zijn conventionele tegenhangers.”

Installatie wijkt nauwelijks af
ZF wijst erop dat de installatie van de verwarmbare autogordels nauwelijks afwijkt van de installatie van conventionele autogordels. Dat is belangrijk voor autofabrikanten, die de verwarmbare gordels hierdoor makkelijker in serieproductie kunnen inzetten. Ook is de dikte van de autogordel ongewijzigd, wat integratie van de gordel in voertuigen vereenvoudigt. Veel andere autogordels op basis van andere technieken zijn juist wel dikker.

Een belangrijk voordeel van de verwarmbare autogordels is ook de snelheid waarmee deze verwarmen. ZF meldt dat zodra het voertuig beweegt de gordels opwarmen. Hoe dichter de autogordel zich op het menselijk lichaam bevindt, hoe effectiever de verwarming. Het uittrekken van een winterjas kan het proces dan ook versnellen.

Het is onbekend of en welke autofabrikanten van plan zijn de verwarmbare autogordel van ZF in hun EV’s te integreren.

Auteur: Wouter Hoeffnagel
Foto: geralt via Pixabay

Pale Blue werkt aan water-gebaseerde aandrijving voor satellieten Universiteit Twente en de Nederlandse Defensie Academie breiden onderzoek naar smart maintenance uit Werkmaatschappij van Lightyear is failliet Europese subsidie voor project dat afval omzet in groene waterstof Offshore Solar Platform wil 3 gigawattpiek aan zonne-energie opwekken in 2030 Superporeus en compact nanomateriaal maakt productie van waterstof kostenefficiënter FME: Nederland moet Europese steun zoeken voor export van chiptechnologie 25 miljoen euro subsidie voor AI-programma ROBUST Mercedes-Benz kondigt wereldwijd laadnetwerk aan Nederlanders zien duurzaamheid als economische succesfactor Automation Ecosystem van Formlabs maakt 24/7 3D-printen met minimale downtime mogelijk Verwarmbare autogordel helpt met vergroten van bereik EV’s

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Je ontvangt maximaal 1x per week het laatste nieuws per email.
Inschrijven