Europese fabrikanten in inhaalrace om elektrische auto

Leesduur: +/- 3 min.
Medio 2017 publiceerde ING Economisch Bureau een internationaal onderzoek naar de opkomst van elektrische auto’s. Belangrijkste uitkomsten; de barrières voor elektrische auto’s worden binnen enkele jaren doorbroken en de Europese markt voor personenauto’s is in 2035 naar verwachting 100% elektrisch. Die transitie betekent echter ook een enorme uitdaging voor de Europese auto-industrie. Hoe staat Europa er nu voor?

Omslag naar elektrisch

Uit onderzoek van ING blijkt dat er voor consumenten drie belangrijke barrières zijn die hen er van weerhouden om een elektrische auto te kiezen; onvoldoende oplaadmogelijkheden, een (te) beperkte actieradius en een (te) hoge aanschafprijs. Deze barrières worden echter snel geslecht:

  • Het netwerk van snellaadpunten groeit en er komen steeds snellere oplaadmogelijkheden.  Veel nieuwe modellen kunnen al met zo’n 100 kW of meer snel laden. Er wordt voor toekomstige modellen getest met 400 kW snelladen, waarbij je in drie minuten 100 kilometer ‘bijtankt’.
  • De energiedichtheid van batterijen wordt steeds beter. Waar versies van de Nissan Leaf en BMW i3 van enige jaren terug net iets meer dan 100 kilometer ver kwamen, is de norm voor nieuwe modellen nu veelal een actieradius van minimaal 300 kilometer. In sommige gevallen wordt de 500 kilometer zelfs overschreden.
  • De kosten van batterijen worden lager. Onderzoek van ING wees uit dat in 2024 in de belangrijke Duitse markt een elektrische auto in het VW Golf segment met een 60 kWh batterij op TCO (total cost of ownership) en exclusief subsidies kan concurreren met een vergelijkbare benzine auto.

 

 

Concurrentievoordeel verdwijnt

Naast het slechten van de drie grote barrières hebben batterij elektrische auto’s nog een aantal troeven. Op efficiëntie, souplesse, stilte en acceleratie wint elektrische aandrijving het van brandstofmotoren. Dat is slecht nieuws voor Europese autofabrikanten, die al jaren toonaangevend zijn op het gebied van brandstofmotoren. Zij zullen zich in de toekomst veel minder op aandrijflijnen kunnen onderscheiden.

 

Afhankelijkheid van Azië neemt toe

Daar komt bij dat het belangrijkste onderdeel in de elektrische aandrijflijn, de batterij, vooral in Azië ontwikkeld en geproduceerd wordt. In 2017 was Europa goed voor een aandeel van 25% in brandstofmotoren, maar slechts 3% in batterijen. China had ruim de helft van de productie in handen gevolgd door Zuid-Korea, Japan en de VS. De grootste batterijfabrikanten zijn de Amerikaans-Japanse combi Tesla-Panasonic, het Koreaanse LG en uit China CATL en BYD.

 

 

Europa moet in actie komen

Hoewel het marktaandeel van batterij elektrische auto’s nog gering is, zal de groei de komende jaren enorm zijn. Tesla heeft het afgelopen jaar laten zien dat het in volume elektrische auto’s kan bouwen. In de VS verkocht het in 2018 ongeveer net zo veel exemplaren van de Model 3 als bij elkaar opgeteld de BMW 3-serie, Audi A4 en Mercedes C-klasse. Ook Chinese producenten maken steeds meer elektrische auto’s en hebben plannen voor export naar Europa. Naast toenemende druk vanuit de markt stimuleren nieuwe Europese emissie eisen voor 2030 de verkoop van volledig elektrische auto’s. De Europese auto-industrie moet dus in actie komen.

 

Investeringen in elektrische auto nemen toe

Daarom investeren Duitse autofabrikanten de komende drie jaar ruim €40 miljard in elektrisch rijden. Grote contracten voor levering van batterijen zijn afgesloten en er komen veel nieuwe elektrische modellen. Om grip te krijgen op de productie van batterijen investeert men ook in grondstoffen. Daarnaast werkt Europa aan nieuwe batterijtechnologie, zoals solid-state batterijen met een (in theorie) veel hogere energiedichtheid. Kijkend naar de huidige en geplande productie capaciteit van batterijen, dan stijgt het Europese aandeel in productie van batterijen naar 10%.

 

Kansen en bedreigingen

Deze Europese inhaalrace zal voor automotive toeleveranciers zowel kansen als bedreigingen bieden. Partijen in de keten van brandstofmotoren, versnellingsbakken en uitlaten konden de afgelopen jaren profiteren van stijgende verkopen. Het komende decennium zullen zij echter rekening moeten houden met een sterk dalende markt. Daar tegenover staan kansen voor toeleveranciers in de keten van elektromotoren en batterijproductie en partijen die zich bezig houden met de ombouw van fabrieken en productielijnen.

 

Zie voor meer informatie het rapport van ING over de opkomst van elektrische auto’s.


Artikel: Max Erich, sector econoom Industry

Informatie: Gert Jan Braam, sector banker Industry | Homepage ING-Industry  

Geef jouw mening

Bij je reactie wordt je achternaam niet getoond